zwerfdagboek | recensie TZUM
Niet vastleggen
In zwerfdagboek van schrijver Han Leeferink en beeldend kunstenaar Puck Willaarts staat het landschap centraal. Niet een spectaculair landschap met hoge bergen en snel stromende rivieren, maar een eenvoudig bos, stil en verlaten. Han Leeferink beschouwt, beschrijft en beleeft het landschap met woorden en klanken, Puck Willaarts doet hetzelfde met lijnen, schetsen en foto’s. Het geheel is een boek geworden waar je doorheen gaat zoals bij een wandeling. Soms sta je even stil om de omgeving beter in je op te nemen, soms stap je door over een aangenaam bospad, dan weer laat je je verrassen door een nieuw inzicht of vergezicht.
Wat Leeferink en Willaarts beogen met het boek, beschrijven ze zelf het treffendst in het nawoord: ‘zwerfdagboek is onze poging om in onze tijd, in onze (culturele) omgeving (…) het onophoudelijk veranderende landschap op te roepen in teksten en beelden. We hebben ons daarbij beperkt tot een geografisch klein natuurgebied ten zuiden van ’s-Hertogenbosch, in het stroomgebied van de Dommel, dat in zijn continue veranderlijkheid oneindig groot bleek te zijn.’
De ik-figuur betrekt een klein en verlaten stenen huis aan de oever van een rivier, midden in het bos. Hij schrijft, wandelt, drinkt koffie en denkt na. Af en toe ontmoet hij iemand, zoals de dikke man met wie hij korte gesprekjes voert. De dikke man vertrouwt hem toe dat het een heel goedmoedig bos is. ‘(…) het vreet je verdriet op.’ Ook ontmoet de ik een paar keer het meisje dat dromerig voor zich uitstaart. Deze passanten maken evenzeer deel uit van het landschap als de verteller, maar tegelijkertijd beschouwen ze het landschap.
De teksten variëren van observaties over bomen, bramenstruiken en vogels, via gedichten over de natuur tot overdenkingen over kunst, literatuur en filosofie. ‘Het is de diep in de Europese cultuur gewortelde visuele vooringenomenheid, de waarde die we toekennen aan het oog als dominant zintuig, die het landschap reduceert tot een ‘iets’ waar je tegen aankijkt (en daarmee op afstand houdt), een element dat is afgescheiden van degene die het waarneemt (…).’
Maar hoe verhouden we ons tot het landschap? Gebruiken we het, maken we er deel van uit of is het alleen om naar te kijken? Volgens de verteller is een landschap constant in beweging. In de tiende eeuw schilderde men in China natuurlijke elementen, zoals bergen en bomen, zonder schaduw. Die schaduw veronderstelt namelijk een specifiek moment en een specifieke invalshoek waarop een schilder het landschap vastlegt, ‘maar de klassieke Chinese landschapsschilder legde niets vast.’
Dat laatste is misschien wel de kern van het dagboek, dat verschillende periodes verspreid over vier jaar beslaat. Niet het vastleggen, maar het ervaren en meebewegen met de veranderlijkheid van het landschap is de essentie van de natuurbeleving. Tegelijkertijd lijkt dat ook wat paradoxaal, in een dagboek worden dingen juist vastgelegd en opgeschreven. Toch lukt het Leeferink en Willaarts om alles tot een dynamisch geheel te maken. De tekeningen, etsen, krijtdrukken en teksten benaderen het landschap steeds weer op een andere manier. Het vele beeldmateriaal, afwisselend in zwart-wit en kleur, roept associaties op met struiken en takken in een ongerept bos. Soms zijn de vormen duidelijk, is er diepte, dan weer is het een ondoordringbaar geheel. De beelden vormen met de kortere en langere teksten een mooi samenspel, een landschap dat constant in beweging is.
zwerfdagboek is een geslaagd project dat in een prachtige gebonden uitvoering is gepubliceerd. Een boek om doorheen te lopen, op zoek naar de ik-figuur, het meisje en de dikke man, die ergens tussen de bladzijden dwalen, naar de stilte, de vogels of het water in het altijd veranderende landschap.